Skip to content

DE GESCHIEDENIS VAN DE GROOTSTE PRIVATE BROUWER VAN OOSTENRIJK DEEL 4

Wij werken voor Stiegl, de grootste private bierbrouwerij van Oostenrijk. Om mij zo goed mogelijk in te leven in de context van dezemooie opdrachtgever, lees ik het boek ‘Auf ein bier mit John Maynard Keynes’ geschreven door de huidige directeur – eigenaar Heinrich Dieter Kiener. Hij staat inmiddels ruim 25 jaar aan het hoofd van de Stieglbrouwerij in Salzburg. Als ondernemer hecht hij grote waarde aan traditie en duurzaamheid.  Maar een familiebedrijf van meer dan 100 jaar oud heeft niet alleen te maken met traditie en continuïteit, maar ook met actuele ontwikkelingen. Met Heinrich Dieter Kiener staat inmiddels de vierde generatie aan het hoofd van de Stieglbrouwerij. Hij kijkt in zijn nieuwe boek terug op de veelbewogen geschiedenis van een unieke Oostenrijkse brouwerij. Kiener is zich bewust dat de geschiedenis zich alleen laat begrijpen in de historische context van de gebeurtenissen, de tijdgeest en de economische en zakelijke ontwikkelingen. In het boek spreekt een nieuwsgierig mens die open staat voor gedachten en ideeën van filosofen en economen, die geïnteresseerd is andere culturen. En die daarbij vooral op zoek gaat naar het antwoord op de vraag hoe we bewuster kunnen produceren en consumeren.

Wat ik lees vat ik samen voor degene die net als ik geïnteresseerd is in de mens achter de ondernemer – Jan Hiemstra

Hoofdstuk 6 terug naar de natuur

Kiener begint het hoofdstuk met een goede vraag: “Waar moeten we heen als we terug willen naar de natuur?” Alle natuur in Oostenrijk is gecultiveerd. Echte ongerepte natuur bestaat niet meer. Vervolgens beschrijft hij het leven van de 18e eeuwse filosoof en auteur Jean Jaques Rousseau, die hij de eerste “groene denker” noemt. Deze man die een natuur- en plantenkenner werd, vond halverwege zijn leven troost en rust in de natuur en riep op tot behoud en beheer. Dan volgt een korte beschrijving van de Amerikaan Henry Thoreau die honderd jaar later schrijft dat zijn land in snel tempo haar natuur verliest door de omvangrijke verstedelijking. Henry David Thoreau hoort samen met Ralph Waldo Emerson tot de 19e eeuwse beweging van schrijvers en filosofen die voor een terugkeer naar de natuur pleitten. Kiener merkt op dat we ook tegenwoordig steeds weer vergeten dat wij als mensen natuur zijn en niet alleen cultuur.

Vervolgens beschrijft Kiener zijn persoonlijke verbondenheid met de natuur. Als je een bergwandeling maakt, en steeds hoger komt, dan laat je de wereld gevoelsmatig langzaam achter je. Terwijl de lucht steeds frisser en schoner lijkt te worden, kijk je omlaag in het dal neer op het leven en lijkt alles opeens overzichtelijk en bijna bestuurbaar. Kiener verzucht dat hij er op zulke momenten bijna tegenop kijkt om weer terug naar de stad te moeten. Hij houdt van de natuur en de universele uitbuiting doet hem pijn. De wereld is meer dan een magazijn, waar dieren slechts slachtobjecten zijn, planten culinaire bestanddelen en bomen slechts brandhout zijn. Waarde wordt niet alleen bepaald door bruikbaarheid, maar vooral door schoonheid die ons beroert.

In de volgende bladzijden spreekt de auteur zich onomwonden uit tegen gentechnologie. Planten hebben zich gedurende duizenden jaren ontwikkeld en de mens voorzien van voeding en genezing. In plaats van met de natuur te leven, grijpt de mens nu op de natuur in, en doorbreken we ingewikkelde structuren en manipuleren we ingenieuze uitgebalanceerde processen. In plaats van te spreken over natuur, spreken we over objecten, componenten en functies. Kiener pleit voor de ecologische teelt als een bijzondere milieuvriendelijke vorm van landbouwproductie. Doel  daarbij is te streven naar een gesloten kringlopen (circulaire economie). Hierdoor wordt het mogelijk langdurig de bodemvruchtbaarheid te behouden, milieubelasting te voorkomen en gezonde levensmiddelen te verbouwen. Daarbij geeft ecologische landbouw een antwoord op de globale Kiener_Coverenergie- en grondstoffencrisis.

En dan komt de auteur terug op waar hij eerder in het boek over sprak. We hebben dan geen behoefte aan dure laboratoria vol hoogopgeleide wetenschappers, maar kunnen beter verder bouwen op de eeuwenoude beschikbare kennis en ervaring en het evenwicht herstellen tussen onszelf en de natuur. Na Wabi-Sabi, introduceert Kiener tegen het einde van het hoofdstuk nog een Aziatisch begrip: ‘Wu Wei’ wat letterlijk ‘niet doen’ betekent. Het komt uit het Chinese Taoisme. En het past in het ‘terug naar de natuur-denken’. Wij moeten leren dat niet alles wat kan of alles wat een proces efficiënter maakt ook per definitie goed is. Sommige dingen moeten we gewoon niet doen. Zeker niet als ze negatieve effecten op de natuur en het milieu hebben.

Hoofdstuk 7 Bomen die tot in de hemel groeien

Bedrijven groeien net als gezonde bomen. Gezonde bomen groeien echter niet altijd maar door. Een boom bereikt een bepaalde omvang en volwassenheid en gaat uiteindelijk dood. In de natuur draait alles om cycli en jaargetijden en verschilt gezondheid en levensduur zo nu en dan door variabelen als klimaat en weersomstandigheden. Maar in de economie gaat men uit van eindeloze groei. Een krimpende of stagnerende markt is tegenwoordig meteen een horrorscenario. Maar arbeidsproductiviteit heeft zijn grenzen. Groei vraagt meer grondstoffen. Het idee van eindeloze economische groei gaat uit van onuitputtelijke hulp- en energiebronnen. Maar men kan een akker met steeds betere machines bewerken, steeds beter bemesting en steeds betere bestrijdingsmiddelen gebruiken. Maar de akker wordt daarmee niet groter en heeft haar grenzen. Wil men toch meer, dan is er meer grond nodig. Dat geldt ook voor onze planeet. We hebben de grenzen bereikt.

Dan komen we voor de eerste keer in het boek de naam van John Maynard Keynes tegen. Kiener citeert hem met de stelling: “De economie is in feite morele wetenschap en geen natuurwetenschap. Ze baseert zich namelijk op het inschatten en beoordelen van waarde.” Met andere woorden van veel te goedkoop voedsel enerzijds, naar veel te dure smartphones anderzijds. Het goedkope voedsel heeft haar waarde verloren. En de waarde van een smartphone is buiten proportioneel geworden. Keynes waarschuwde dat onze economie te maken krijgt met een nieuwe ‘ziekte’, namelijk ‘technologische werkeloosheid’. Als gevolg van snelle technologische ontwikkeling wordt steeds meer arbeid overbodig. En zolang we niet het zelfde tempo nieuwe vormen van arbeid vinden, dreigt werkeloosheid van steeds meer mensen. We zullen opnieuw moeten leren leven. Leven met nieuwe doelen en nieuwe waarden. Of accepteren dat er een einde komt aan het kapitalisme. Interessant is dat de eerste geluiden over het einde van het kapitalisme al stammen uit 1972 tien de Club van Rome al waarschuwde dat de groei van de wereldbevolking, industrialisering, milieuvervuiling zouden leiden tot problemen met voedselproductie en schaarste aan grondstoffen en uitputting van natuurlijke hulpbronnen. Het boek: “Small is beautiful.” A study of economics as if people mattered” Van Ernst Friedrich Schumacher uit 1973 sluit daar naadloos op aan. Daarin wordt gepleit voor de ‘menselijke maat’ in plaats van de ‘statistische maat’.

Wordt vervolgd.