Skip to content

DE GESCHIEDENIS VAN DE GROOTSTE PRIVATE BROUWER VAN OOSTENRIJK DEEL 5

Wij werken voor Stiegl, de grootste private bierbrouwerij van Oostenrijk. Om mij zo goed mogelijk in te leven in de context van dezemooie opdrachtgever, lees ik het boek ‘Auf ein bier mit John Maynard Keynes’ geschreven door de huidige directeur – eigenaar Heinrich Dieter Kiener. Hij staat inmiddels ruim 25 jaar aan het hoofd van de Stieglbrouwerij in Salzburg. Als ondernemer hecht hij grote waarde aan traditie en duurzaamheid.  Maar een familiebedrijf van meer dan 100 jaar oud heeft niet alleen te maken met traditie en continuïteit, maar ook met actuele ontwikkelingen. Met Heinrich Dieter Kiener staat inmiddels de vierde generatie aan het hoofd van de Stieglbrouwerij. Hij kijkt in zijn nieuwe boek terug op de veelbewogen geschiedenis van een unieke Oostenrijkse brouwerij. Kiener is zich bewust dat de geschiedenis zich alleen laat begrijpen in de historische context van de gebeurtenissen, de tijdgeest en de economische en zakelijke ontwikkelingen. In het boek spreekt een nieuwsgierig mens die open staat voor gedachten en ideeën van filosofen en economen, die geïnteresseerd is andere culturen. En die daarbij vooral op zoek gaat naar het antwoord op de vraag hoe we bewuster kunnen produceren en consumeren.

Wat ik lees vat ik samen voor degene die net als ik geïnteresseerd is in de mens achter de ondernemer – Jan Hiemstra

Hoofdstuk 8 Een lokale focus in productie en consumptie (vrij vertaald)

Dit hoofdstuk spreekt mij persoonlijk erg aan. Alles draait bij Localink om een ‘lokale focus’. Wij zijn overtuigd van de voordelen van investeren in de regio. Ik heb mij als ondernemer laten inspireren door de trots op de lokale producten in veel Oostenrijkse regio’s (lees het verhaal achter Localink op deze website).

Heinrich Dieter Kiener begint hoofdstuk 8 met een beschrijving van ‘ouderwets vakmanschap’. Of zoals hij het noemt: ‘handwerk georiënteerde beroepen.’ Zoals een loodgieter die vroeger zijn bedrijf om de hoek had, op de fiets kwam met een grote leren tas met het benodigde gereedschap daarin. En als je zo iemand aan het werk zag, dan gebeurde er van alles. Voor elk probleem een oplossing. De loodgieter kon vrijwel alle kapotte onderdelen ter plaatse herstellen, iets solderen of anders kleine onderdelen eenvoudig vervangen. De tijd van de de ‘ouderwetse loodgieter’ is voorbij. Tegenwoordig komt er een monteur. Die kijkt op het display van het kapotte apparaat, leest een error-code en bestelt via zijn mobieltje een compleet nieuwe module. Hij maakt een nieuwe afspraak voor het monteren van het onderdeel en de aanwezige tijd wordt naar volle uren afgerond en gefactureerd. Zijn we sentimenteel als we soms terugverlangen naar de ouderwetse vakman?

En dan komt Kiener op het onderwerp ‘regionaliteit’ en legt de focus op het gebruik van lokaal beschikbare arbeid. Het is een beweging die we overal terug zien. Grote bedrijven die worden Kiener_Coveropgesplitst in kleinere regionale productie units. Kleinschaligheid heeft veel voordelen. Het is overzichtelijk en beheersbaar.

Op een boerenbedrijf bijvoorbeeld is de mens verantwoordelijk voor alle bedrijfsprocessen en zijn machines ondersteunende technologie. De Britse econoom Ernst Friedrich Schumacher (1911 – 1977) noemt dit ‘deeltechnologie’. Schumacher zet deze vorm van technologie af tegen massaproductie. Die hij ‘gewelddadig’ noemt, ‘schadelijk voor milieu’, geen rekening houdend met eindigheid van beschikbare grondstoffen en uiteindelijk het einde betekent van de mens. ‘Deeltechnologie’ daarentegen is vooral lokaal georiënteerd. Massaproductie leidt tot concentratie van hoogwaardige techniek en bijbehorende technische kennis. Dit leidt tot verstedelijking en grote verschillen tussen stad en platteland. Interessant is de tegenbeweging die Kiener beschrijft. Zoals in Detroit bijvoorbeeld waar de automobielindustrie volledig in elkaar gestort is. De stad heeft sindsdien 60% van haar inwoners verloren en 35% van het oorspronkelijke stadsgebied is inmiddels onbewoond. Grootschalige cultiveringsgebieden bieden de mogelijkheid voor ‘city farming’ en er ontstaan totaal nieuwe mogelijkheden nu er weer lokaal gedacht wordt.

Maar die lokale focus is nog lang geen algemene ontwikkeling. Omdat veel handenarbeid naar zogenaamde ‘lage lonenlanden’ is verdwenen, ontstaan er ‘waanzinnige’ situaties waarbij bijvoorbeeld Noordzee garnalen 6000 kilometer hebben afgelegd voordat ze voor een paar Euro in de supermarkt liggen. De garnalen worden gevangen voor de Duitse kust dan naar Marokko gevlogen om te worden gepeld, daarna gaan ze terug naar Duitsland om te worden vervoerd naar de diverse distributiecentra in het land die ze weer naar lokale supermarkten brengen.

Goedkope kleding komt uit Bangladesh, elektronica komt uit China, IT specialisten komen uit India en in Egypte wordt het internationale centrum van de callcenterbranche.

De vraag is: hoe staat het met Stiegl? 85% van de omzet wordt in Oostenrijk gerealiseerd. Stiegl investeert in de regio en de 100% van de grondstoffen komen uit de directe omgeving. Stiegl doet niet mee met prijsgevechten of korte termijn winstmaximalisatie omdat de brouwer haar leveranciers en personeel eerlijk wil blijven belonen. Er zijn geen fiscale buitenland-constructies maar er wordt in Oostenrijk belasting betaald die de regio ten goede komt. Het bier wordt geëxporteerd naar een groot aantal landen. Maar iedere liter bier wordt in Oostenrijk gebrouwen. Er wordt gebruik gemaakt van lokale sales- en marketingspecialisten.

Wie aan lokale producten denkt, ziet een marktkraam met mooi vers fruit, heerlijke pas geoogste groente. Een zo kort mogelijke weg van producent naar consument. Seizoensgebonden producten ingepakt in krantenpapier door een marktkoopman uit de buurt. Maar niet alle producten die we nodig hebben zijn in de buurt beschikbaar. Oostenrijks bier, bereid met kristalhelder water uit de Alpen bijvoorbeeld.

Wordt vervolgd…