Skip to content

DE GESCHIEDENIS VAN DE GROOTSTE PRIVATE BROUWER VAN OOSTENRIJK DEEL 6

Wij werken voor Stiegl, de grootste private bierbrouwerij van Oostenrijk. Om mij zo goed mogelijk in te leven in de context van dezemooie opdrachtgever, lees ik het boek ‘Auf ein bier mit John Maynard Keynes’ geschreven door de huidige directeur – eigenaar Heinrich Dieter Kiener. Hij staat inmiddels ruim 25 jaar aan het hoofd van de Stieglbrouwerij in Salzburg. Als ondernemer hecht hij grote waarde aan traditie en duurzaamheid.  Maar een familiebedrijf van meer dan 100 jaar oud heeft niet alleen te maken met traditie en continuïteit, maar ook met actuele ontwikkelingen. Met Heinrich Dieter Kiener staat inmiddels de vierde generatie aan het hoofd van de Stieglbrouwerij. Hij kijkt in zijn nieuwe boek terug op de veelbewogen geschiedenis van een unieke Oostenrijkse brouwerij. Kiener is zich bewust dat de geschiedenis zich alleen laat begrijpen in de historische context van de gebeurtenissen, de tijdgeest en de economische en zakelijke ontwikkelingen. In het boek spreekt een nieuwsgierig mens die open staat voor gedachten en ideeën van filosofen en economen, die geïnteresseerd is andere culturen. En die daarbij vooral op zoek gaat naar het antwoord op de vraag hoe we bewuster kunnen produceren en consumeren.

Wat ik lees vat ik samen voor degene die net als ik geïnteresseerd is in de mens achter de ondernemer – Jan Hiemstra

Hoofdstuk 9 Lokaal geldverkeer

In hoofdstuk 9 snijdt Kiener het onderwerp lokale betaalmiddelen aan. Eindconclusie na een uitgebreide bespiegeling van de variabelen die van invloed zijn op economische waarde, is dat lokale betaalmiddelen bestaan bij de gratie van een reguliere economie. Omdat er ook in Nederland op dit moment heel veel wordt geschreven over lokale betaalmiddelen, vind ik dit hoofdstuk persoonlijk minder relevant in de context. Als je benieuwd bent naar de visie van Kiener verwijs ik je graag naar hoofdstuk 9 van het boek.

Hoofdstuk 10 het goede leven

Kiener_CoverKiener vertelt het verhaal van de grote en kleine schnitzel. Twee mannen zitten in een restaurant en bestellen schnitzel. Er worden twee schnitzels geserveerd. De ene is duidelijk groter dan de andere. De eerste man pakt meteen de grootste en legt hem op zijn bord. De andere man is beledigd. “Wat is het probleem?” vraagt de eerste. “Jij neemt de grootste” zegt de ander. “Welke schnitzel zou jij genomen hebben?” vraagt de eerste. “De kleine natuurlijk”, zegt de ander. “Die heb je toch! dan hebben we toch allebei wat we willen, als jij die grotere schnitzel had gewild, had je gewoon sneller moeten zijn.” Het verhaaltje staat model voor hoe het werkt in onze economie. Door hebzucht gedreven, geldt het recht van de sterkste.

De drie spelers die bepalend zijn in de economie zijn de kapitaalbezitters, die rendement wil maken, de arbeider, die zijn huid zo duur mogelijk probeert te verkopen, wat hem voortdurend in conflict brengt met de kapitaalbezitter die hem zo weinig mogelijk wil geven. En de derde partij is de consument die voortdurend op zoek is naar de beste koop waarbij hij veel voor zo weinig mogelijk zoekt. En waar het gemaakt is, en door wie het gemaakt is en onder welke omstandigheden het gemaakt is, is voor de meeste consumenten niet interessant.

Als ethische aspecten niet meer van invloed zijn op waarden en geen verschil meer maken, devalueert geluk tot het spelen van een rondje golf of het maken van een reis. En natuurlijk zijn dat leuke dingen om te doen, maar levensgeluk draait toch om meer dan om zo nu en dan een plezierig moment. Kiener verwijst naar Aristoteles. Die spreekt van de menselijke maat der dingen. Het is normaal dat behoeften afnemen naarmate men genoeg heeft. We eten niet verder, als we vol zitten. Maar dit eenvoudige principe zijn we als consumenten kwijtgeraakt. Al sinds mensenheugenis is het onderwerp levensgeluk een thema waar vele denkers talloze theorieën voor hebben bedacht. Geluk laat zich zich niet vangen in een definitie, laat staan een gelukkig leven. De sleutel voor een gelukkig leven ligt bij ieder mens zelf aldus de auteur. De Griekse filosofische hoofdstromingen die van invloed zijn tot in onze tijd zijn onder andere de Epicurische en stoïcijnse. Kiener beschrijft deze stromingen, hun overeenkomsten en verschillen en past ze toe op onze tijd.

Een conclusie die aansluit op de Grieks filosofische stellingen is dat een stijgend bruto sociaal product niet leidt tot grotere tevredenheid. Een hoger inkomensniveau leidt niet tot meer geluk. Een correlatie tussen bruto sociaal product en geluk bestaat in zoverre, dat mensen die onder de armoedegrens leven, duidelijk minder gelukkig zijn. Dit bewijst dat er zoiets bestaat als een materiële tevredenheidsgrens, een ‘genoeg’. Daarboven wordt het gevoel niet beter door meer geld of spullen. Geluk is dus meer dan een moment, meer dan een kick of een goed gevoel. Het omvat veel meer in het leven. Het omvat de balans tussen het innerlijk en talloze omgevingsfactoren waaronder ethische aspecten.

De koning van Bhutan weigerde in 1979 om nog langer het internationale bruto binnenlands product als graadmeter te gebruiken voor de ontwikkeling van zijn land en introduceerde het bruto nationaal geluk (BNG). Daarbij speelde de religieuze traditie en staatsreligie, het Boedhisme een grote rol. Interessant is dat al in 1969 werd erkend dat het voor 70% met bos bedekte Bhutan bescherming nodig heeft. Het landschap is naast prachtig ook belangrijk voor het neerslag- en temperatuursysteem in het land. De bossen voorkomen erosie. Bhutan weigert toe te treden tot de WHO (wereld handels organisatie). Het zou opening van de markt voor buitenlandse investeerders betekenen. In Bhutan is men van mening dat dit de binnenlandse productie verzwakt. De bestaande industrie kan niet op tegen de effectiviteit van global players. Het betekent dan men afhankelijk wordt van buitenlandse export. Dat zal volgens de koning onherroepelijk leiden tot een groeiende staatsschuld omdat de eigen economie niet krachtig genoeg is.

Kiener is van mening dat Bhutan onze sympathie verdient en hij hoopt dat het land vasthoudt aan de gekozen weg. Hij verwijst Burkhard Ellegast, ruim 25 jaar abt van het klooster Melk, die een interessant boek schreef: Rijk worden op de juiste manier. Hij stelt dat winst maken niet goed of slecht is. Het gaat erom hoe die winst gemaakt wordt. Geld moet dienen, schrijft Ellegast. Dat is een mooi statement.

Wordt vervolgd…